ECLI:NL:HR:2009:BJ7317

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00846
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg bepaling surséance-akkoord in faillissementsrecht

In deze zaak heeft verzoekster zich tot de rechtbank 's-Hertogenbosch gewend met het verzoek om het door FC Den Bosch aangeboden en door de rechtbank gehomologeerde surséanceakkoord te ontbinden of FC Den Bosch een termijn te gunnen om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen. De rechtbank wees dit verzoek af, hetgeen door verzoekster werd bestreden bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof bekrachtigde de afwijzende beschikking van de rechtbank.

Vervolgens stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep onderzocht en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad achtte geen nadere motivering noodzakelijk, aangezien de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof bekrachtigd. De uitspraak betreft de uitleg van een bepaling in het faillissementsrecht met betrekking tot het surséanceakkoord en bevestigt de maatstaf zoals neergelegd in artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot ontbinding van het surséanceakkoord.

Uitspraak

16 oktober 2009
Eerste Kamer
09/00846
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FC DEN BOSCH,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en FC Den Bosch.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 1 oktober 2008 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft [verzoekster] zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, het door FC Den Bosch aangeboden (en door de rechtbank gehomologeerde) surseanceakkoord te ontbinden, althans FC Den Bosch een termijn van ten hoogste 1 maand te gunnen alsnog volledig aan haar verplichtingen te voldoen.
FC Den Bosch heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft, na mondelinge behandeling, bij beschikking van 28 oktober 2008 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 18 februari 2009 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
FC Den Bosch heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
Bij brief van 18 september 2009 heeft mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, advocaat te Amsterdam, namens [verzoekster] op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 oktober 2009.