ECLI:NL:HR:2009:BJ7317
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Uitleg bepaling surséance-akkoord in faillissementsrecht
In deze zaak heeft verzoekster zich tot de rechtbank 's-Hertogenbosch gewend met het verzoek om het door FC Den Bosch aangeboden en door de rechtbank gehomologeerde surséanceakkoord te ontbinden of FC Den Bosch een termijn te gunnen om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen. De rechtbank wees dit verzoek af, hetgeen door verzoekster werd bestreden bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof bekrachtigde de afwijzende beschikking van de rechtbank.
Vervolgens stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep onderzocht en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad achtte geen nadere motivering noodzakelijk, aangezien de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof bekrachtigd. De uitspraak betreft de uitleg van een bepaling in het faillissementsrecht met betrekking tot het surséanceakkoord en bevestigt de maatstaf zoals neergelegd in artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot ontbinding van het surséanceakkoord.