ECLI:NL:HR:2009:BJ7319

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03685
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling tot betaling op grond van vaststellingsovereenkomst

In deze zaak vorderde BMK betaling van €200.000 van eiser en een andere partij, gebaseerd op een vaststellingsovereenkomst. De rechtbank verleende verstek tegen eiser en veroordeelde hem tot betaling van dit bedrag met rente. Eiser deed verzet tegen het verstekvonnis, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.

Eiser stelde daarop beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef de veroordeling tot betaling van €200.000 met rente en kosten in stand, zoals vastgesteld door de lagere rechterlijke instanties.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de veroordeling tot betaling van €200.000 met rente en kosten is bekrachtigd.

Uitspraak

23 oktober 2009
Eerste Kamer
08/03685
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
B.M.K. BEHEER B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en BMK.
1. Het geding in feitelijke instanties
BMK heeft bij exploot van 18 juli 2005 [eiser] en [A] B.V. gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, voor zover in cassatie van belang, kort gezegd, primair [eiser] en subsidiair [A] B.V., te veroordelen tot betaling aan BMK een bedrag van € 200.000,-- met rente en kosten.
De rechtbank heeft, na tegen gedaagden verstek te hebben verleend, bij vonnis van 7 september 2005 [eiser] veroordeeld om aan BMK te betalen een bedrag van € 200.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 1 juli 2005 tot de dag van volledige betaling.
Tegen dit verstekvonnis hebben [eiser] en [A] B.V. verzet gedaan bij de rechtbank en gevorderd, kort gezegd, dat de rechtbank het verzet gegrond verklaard, [eiser] ontheft van de veroordelingen in het vonnis en de vorderingen van BMK alsnog afwijst.
BMK heeft de vorderingen bestreden.
Na mondelinge behandeling heeft de rechtbank bij vonnis van 29 maart 2006 het verzet ongegrond verklaard en het verstekvonnis van de rechtbank van 7 september 2005 bekrachtigd.
Tegen het, bij herstelvonnis van 2 augustus 2006 verbeterde, vonnis van 29 maart 2006 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 28 februari 2008 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
BMK heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BMK begroot op € 6.052,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 oktober 2009.