ECLI:NL:HR:2009:BJ7441
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie wegens niet verschijnen curatoren na faillissement eisers
GIN Grondexploitatiemaatschappij B.V. en GIN Bomenexploitatiemaatschappij B.V. (samen GIN c.s.) vorderden bij de rechtbank Arnhem schadevergoeding wegens een vermeende onrechtmatige daad van Alterra c.s. De rechtbank wees de vorderingen af en het gerechtshof Arnhem bekrachtigde dit bij arrest. GIN c.s. stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
Tijdens de cassatieprocedure werd bekend dat GIN c.s. in staat van faillissement waren verklaard. Alterra c.s. verzocht daarop op grond van artikel 27 lid 1 Faillissementswet Pro het geding te schorsen om de curatoren de gelegenheid te geven het geding over te nemen. De curatoren werden opgeroepen om te verschijnen, maar zij verschenen niet.
Alterra c.s. vorderde daarop ontslag van instantie op grond van artikel 27 lid 2 Faillissementswet Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek tot ontslag van instantie toewijsbaar was omdat de curatoren niet verschenen en geen verweer voerden. De Hoge Raad ontsloeg GIN c.s. van de instantie en veroordeelde hen in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent ontslag van instantie omdat de curatoren niet verschenen om het geding over te nemen.