ECLI:NL:HR:2009:BJ7541

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02852
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 243 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering betaling en verwerpt onrechtmatigheidsclaim in koopovereenkomst

Bestwell V.O.F. vorderde van [verweerster] betaling van € 4.285,29, vermeerderd met rente en kosten, op grond van een vermeende koopovereenkomst. [Verweerster] betwistte de vordering en stelde in reconventie dat Bestwell onrechtmatig jegens haar had gehandeld, waardoor zij schade had geleden.

De kantonrechter veroordeelde [verweerster] tot betaling en wees de reconventionele vordering af. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis in conventie en wees de vordering van Bestwell af. Bestwell stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van Bestwell niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en Bestwell werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Bestwell wordt verworpen en de vordering tot betaling afgewezen.

Uitspraak

30 oktober 2009
Eerste Kamer
08/02852
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BESTWELL V.O.F.,
gevestigd te Veenendaal,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Bestwell en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bestwell heeft bij exploot van 22 februari 2005 [verweerster] gedagvaard voor de kantonrechter te Alkmaar, en gevorderd, kort gezegd, [verweerster] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 4.285,29, met rente en kosten.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, een verklaring voor recht dat Bestwell onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, ten gevolge waarvan zij schade heeft geleden en nog zal lijden.
De kantonrechter heeft, na bij mondeling vonnis van 22 november 2005 Bestwell tot bewijslevering te hebben toegelaten, bij vonnis van 7 februari 2007 [verweerster] veroordeeld om aan Bestwell te betalen een bedrag van € 4.285,29 met rente, en de vordering in reconventie afgewezen, een en ander met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten.
Tegen dit vonnis van de kantonrechter heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 3 april 2008 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter in conventie vernietigd en de vordering van Bestwell alsnog afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Bestwell beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Bestwell in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.574,34 in totaal, waarvan € 2.498,59 op de voet van art. 243 Rv Pro. te voldoen de Griffier, en € 75,75 te voldoen aan [verweerster].
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 oktober 2009.