ECLI:NL:HR:2009:BJ7739
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn en verwerping niet-ontvankelijkheid OM
In deze zaak stond het beroep van verdachte centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank behandelde. Het geschil betrof onder meer de kwalificatie van het bewezen verklaarde feit en de strafoplegging.
Verdachte stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens schending van de goede procesorde, omdat de voorzitter van de rechtbank via een e-mail de officier van justitie zou hebben beïnvloed bij het instellen van hoger beroep. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat het OM zijn bevoegdheid tot het instellen van hoger beroep onaantastbaar uitoefent en dat geen bewijs bestond voor beïnvloeding.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat geen sprake was van een uitzonderlijk geval dat niet-ontvankelijkheid van het OM rechtvaardigt. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 240 naar 216 uren en de vervangende hechtenis van 120 naar 108 dagen.
De overige middelen van cassatie werden verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren op 10 november 2009.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 216 uren en de vervangende hechtenis tot 108 dagen; het OM blijft ontvankelijk.