ECLI:NL:PHR:2009:BJ7739
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen poging doodslag ondanks verweer voorwaardelijk opzet
In deze zaak werd verdachte door het hof veroordeeld wegens medeplegen van poging tot doodslag en openlijk geweld in vereniging. De feiten betreffen een vechtpartij op 28 januari 2005 te Amsterdam waarbij een slachtoffer met een mes werd gestoken. Verdachte was aanwezig en nam actief deel aan de confrontaties, waarbij hij onder meer het slachtoffer schopte terwijl het op de grond lag.
Verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van ontbreken van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer, en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens vermeende beïnvloeding door een rechterlijke functionaris. Het hof oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn medeverdachte het mes zou gebruiken en het slachtoffer dodelijk zou kunnen verwonden.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof, wijst het verweer van niet-ontvankelijkheid af omdat geen bewijs is dat het OM is beïnvloed, en stelt vast dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom sprake is van voorwaardelijk opzet. De Hoge Raad verbetert de bewezenverklaring waar nodig (van borst naar lichaam) en vermindert ambtshalve de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen poging doodslag met voorwaardelijk opzet en vermindert ambtshalve de straf wegens termijnoverschrijding.