ECLI:NL:HR:2009:BJ7924

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02053
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 AwrArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over WOZ-beschikkingen en aanslagen onroerendezaakbelasting

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikkingen en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting voor de jaren 2005 en 2006. De Rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraken op bezwaar voor wat betreft de proceskostenvergoeding. Het hoofd Belastingen van de gemeente Leiden stelde later alsnog uitspraken op bezwaar vast, waarbij de waarde werd verlaagd en de aanslagen verminderd, maar het verzoek tot vergoeding van de bezwaarkosten werd afgewezen.

Het College van burgemeester en wethouders van Leiden ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank, maar het Hof bevestigde deze uitspraak en veroordeelde het College in de proceskosten. Vervolgens stelde het College beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep ontvankelijk is, maar het middel faalt en leidt niet tot cassatie. Er is geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere uitspraken over de WOZ-waarde en aanslagen onroerendezaakbelasting.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van het College wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Nr. 08/02053
27 november 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden te Leiden (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 april 2008, nr. BK 07/00187, betreffende de ten aanzien van X te Z (hierna: belanghebbende) genomen beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aan haar opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelastingen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 vastgesteld. Voorts zijn haar in verband met die onroerende zaak aanslagen in de onroerendezaakbelastingen opgelegd.
Belanghebbende is tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het door haar tegen deze beschikking en de aanslagen gemaakte bezwaar in beroep gekomen bij de Rechtbank te 's-Gravenhage.
Nadien heeft het hoofd Belastingen van de gemeente Leiden (hierna: het hoofd) alsnog bij één geschrift uitspraken gedaan op het bezwaar, bij welke uitspraken de waarde op een lager bedrag is vastgesteld, de aanslagen zijn verminderd en het verzoek tot vergoeden van de kosten van bezwaar is afgewezen.
De Rechtbank te 's-Gravenhage (nrs. AWB 06/2495, 06/2497 en 06/3666 WOZ) heeft de tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar, alsmede tegen de nadien gedane uitspraken op bezwaar ingestelde beroepen gegrond verklaard en de uitspraken op bezwaar, uitsluitend voor wat betreft de proceskostenvergoeding, vernietigd en het hoofd veroordeeld in de proceskosten.
Het hoofd heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd en het hoofd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden (hierna: het College) heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend. Na afloop van de termijn heeft belanghebbende nog een aanvullend geschrift ingediend. Daartoe biedt de wet evenwel niet de mogelijkheid. De Hoge Raad slaat op dat stuk daarom geen acht.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 3 juli 2009 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Zowel het College als belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd. Nu de reactie van belanghebbende bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.
3. De ontvankelijkheid van het beroepschrift in cassatie
Blijkens het pro forma beroepschrift in cassatie van 16 mei 2008, dat op 19 mei 2008 ter griffie van de Hoge Raad is ontvangen, is het beroep gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 april 2008 inzake de WOZ-beschikkingen 2005-2006 ten name van X te Z. In het beroepschrift worden drie nummers vermeld: AWB 06/2495, 06/2497 en 06/3666 WOZ. Voorts wordt meegedeeld dat de bestreden uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage is bijgevoegd. Uit de in kopie bijgevoegde uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 april 2008, nr. BK 07/00187, blijkt dat de voormelde nummers AWB 06/2495, 06/2497 en 06/3666 WOZ betrekking hebben op de uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage inzake voormelde WOZ-beschikkingen. Gelet op een en ander kan bij belanghebbende geen twijfel zijn gerezen omtrent de door het College bestreden uitspraak, te weten de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 april 2008, nr. BK 07/00187 inzake die WOZ-beschikkingen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve ontvankelijk.
4. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Proceskosten
Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 322 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2009.
Van de Gemeente Leiden wordt ter zake van het door het College ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 447.