ECLI:NL:RBMID:2011:BU5578
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €182.000 per 1 januari 2008. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met de gebreken aan de woning, waaronder ernstige aantasting van betonijzer en bodemverontreiniging. De rechtbank oordeelde dat de waarde niet aannemelijk was gemaakt en stelde de waarde in goede justitie vast op €150.000.
Daarnaast vroeg belanghebbende een materiële en immateriële schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn was overschreden met zes maanden, grotendeels toe te rekenen aan de heffingsambtenaar, en kende een immateriële schadevergoeding van €500 toe. Een materiële schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, waaronder kosten van beroepsmatige rechtsbijstand, reiskosten en vergoeding van verletkosten voor het bijwonen van de zitting. De totale proceskostenvergoeding bedroeg €914,08. De uitspraak werd op 8 november 2011 gedaan en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning werd verminderd tot €150.000 en een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.