ECLI:NL:HR:2009:BJ8258

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00730
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:101 lid 1 BWArt. 81 ROArt. 243 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling van schade bij verkeersongeval op grond van onrechtmatige daad

In deze zaak stond de verdeling van de schade als gevolg van een verkeersongeval van 13 september 2000 centraal. Eiser vorderde vergoeding van alle schade, terwijl verweerders betwistten en een gedeeltelijke aansprakelijkheid stelden. De rechtbank veroordeelde eiser tot betaling van 20% van de schade, maar het hof stelde dit bij tot 80%.

Eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en bevestigde daarmee de aansprakelijkheidsverdeling zoals vastgesteld door het hof.

De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de proceskosten van het cassatiegeding. Hiermee is de aansprakelijkheid voor het ongeval definitief vastgesteld op 80% voor eiser, met bijbehorende schadevergoeding aan verweerders.

Uitkomst: Hoge Raad wijst cassatieberoep af en bevestigt dat eiser 80% van de schade moet vergoeden.

Uitspraak

4 december 2009
Eerste Kamer
08/00730
EE/SV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V. (voorheen Winterthur Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam),
gevestigd te Zoetermeer,
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Franke,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. DE ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ ZORGVERZEKERAAR VGZ U.A.,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mrs. F.E. Vermeulen en C.M. Reijnen, thans mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s., en verweerders afzonderlijk als respectievelijk [verweerder 1] en VGZ.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] c.s. hebben bij exploot van 18 april 2002 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd,
- primair, [eiser] c.s. te veroordelen aan [verweerder 1] te vergoeden alle schade, zowel materieel als immaterieel, welke hij ten gevolge van het verkeersongeval van 13 september 2000 heeft geleden of nog zal lijden, nader op te maken bij staat; en
- [eiser] c.s. te veroordelen aan VGZ te betalen een bedrag van € 89.583,75, met rente en kosten; en
- subsidiair, [eiser] c.s. te veroordelen tot betaling van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen deel van het primair gevorderde.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 21 augustus 2002 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 25 februari 2004 [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan [verweerder 1] te vergoeden 20% van de schade, zowel materieel als immaterieel, welke hij ten gevolge van het ongeval heeft geleden of nog zal lijden. Daarnaast heeft de rechtbank [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan VGZ te betalen een bedrag van € 17.916,75, met rente en kosten. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.
Tegen de vonnissen van de rechtbank hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 19 juli 2007 heeft het hof [verweerder] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen het tussenvonnis van 21 augustus 2002, het vonnis van de rechtbank van 25 februari 2004 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan [verweerder 1] 80% van de schade te vergoeden, zowel materieel als immaterieel, welke hij ten gevolge van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. Daarnaast heeft het hof [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan VGZ een bedrag van € 76.913,21 te vergoeden te vermeerderen met rente en kosten. Het meer of anders gevorderde heeft het hof afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat, en voor [verweerder] c.s. door mr. C.M. Reijnen, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan
de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 4.746,34
in totaal, waarvan € 4.631,34 op de voet van art. 243 Rv Pro. te voldoen aan de Griffier, en € 115,-- te voldoen aan [verweerder 1].
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 december 2009.