ECLI:NL:HR:2009:BJ8660
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bij afwijzing verzoek toevoeging stukken in bijstandsfraudezaak
In deze strafzaak werd verdachte verweten valselijk opgaven te hebben gedaan op formulieren van de Gemeentelijke Sociale Dienst om bijstand te verkrijgen terwijl hij inkomsten had uit werkzaamheden als zelfstandig ondernemer. Het hof verklaarde dit bewezen op basis van onder meer proces-verbalen, getuigenverklaringen en registratie bij de Kamer van Koophandel.
De raadsman van verdachte verzocht tijdens de terechtzitting in hoger beroep om aanhouding van de behandeling, zodat stukken konden worden overgelegd ter onderbouwing van de stelling dat verdachte geen inkomen had ontvangen in de betreffende periode. Het hof wees dit verzoek af met de motivering dat er al eerder aanhouding was geweest en dat alles uit het dossier bleek.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet duidelijk heeft gemaakt of het de juiste maatstaf (noodzaak) heeft toegepast bij de afwijzing van het verzoek en dat de motivering onvoldoende begrijpelijk is, omdat niet is vastgesteld wat de aard en het belang van de gevraagde stukken is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege onvoldoende motivering bij afwijzing van het verzoek tot aanhouding van de behandeling.