ECLI:NL:HR:2009:BJ9109
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over tariefindeling van gedroogde en gekoelde knoflookbollen
Belanghebbende, een douane-expediteur, voerde tussen december 2004 en juni 2005 meerdere partijen knoflookbollen in uit China, die in koelcontainers werden aangevoerd en na invoer gekoeld werden opgeslagen. De invoeraangiften classificeerden de knoflook onder GN-post 0712 90 90 (gedroogde groenten). De Inspecteur voerde echter aan dat de knoflook als gekoeld moest worden ingedeeld onder GN-post 0703 20 00, wat leidde tot uitnodigingen tot betaling van douanerechten.
De Rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraken en de uitnodigingen tot betaling. De Staatssecretaris stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad constateerde twijfel over de uitleg van de begrippen 'gedroogd' en 'gekoeld' in de GN-posten 0703 en 0712, mede omdat het monsteronderzoek niet voldeed aan de voorwaarden van het Communautair Douanewetboek.
De Hoge Raad stelde vast dat knoflookbollen in de onderhavige zaak in enige mate gedroogd waren, maar niet volledig vochtvrij, en dat het onduidelijk is onder welke tariefpost deze moeten worden ingedeeld. Daarom verzocht de Hoge Raad het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële uitleg over de criteria voor de tariefindeling van dergelijke knoflookbollen. De verdere beslissing werd aangehouden totdat het Hof van Justitie uitspraak doet.
Uitkomst: Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de tariefindeling van deels gedroogde en gekoelde knoflookbollen.