ECLI:NL:HR:2009:BJ9305
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij overtreding Wegenverkeerswet
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een vonnis van de Kantonrechter te Rotterdam van 27 januari 2004, waarbij de aanvrager was veroordeeld tot twee weken hechtenis wegens overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
De aanvrage tot herziening werd ingediend op grond van een persoonsverwisseling, hetgeen een omstandigheid is als bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering. De waarnemend Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond zou verklaren, de tenuitvoerlegging van het vonnis zou schorsen of opschorten en de zaak zou verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde de herzieningsaanvraag gegrond. Het arrest beveelt, voor zover nodig, de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling en afdoening.
De uitspraak is gewezen door de vice-president van Dorst als voorzitter en de raadsheren Splinter-van Kan en Groos, en uitgesproken op 6 oktober 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.