ECLI:NL:HR:2009:BJ9328
Hoge Raad
- Herziening
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken novum in zaak seksueel misbruik
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 1994, waarin de aanvrager is veroordeeld voor meermalen vleselijke gemeenschap met een minderjarig meisje onder de twaalf jaar.
De aanvrage baseert zich op een deskundigenrapport van dr. E. Geraerts dat de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer betwist. De Hoge Raad overweegt dat het rapport geen novum bevat, omdat het grotendeels steunt op stukken die het hof reeds kende en het diagnostisch onderzoek slechts algemene opmerkingen bevat over dissociatieve episodes en borderline symptomen zonder concreet nieuw feitelijk bewijs.
De Hoge Raad benadrukt dat een novum een feitelijke omstandigheid moet zijn die bij eerdere berechting niet bekend was en die het ernstige vermoeden wekt dat, indien bekend, tot vrijspraak zou hebben geleid. Het deskundigenrapport voldoet hier niet aan.
Daarom wordt de aanvrage tot herziening als kennelijk ongegrond verworpen en afgewezen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Balkema, de Hullu en Sterk op 6 oktober 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af wegens het ontbreken van een novum dat tot vrijspraak zou leiden.