ECLI:NL:HR:2008:BA1024
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening in Deventer moordzaak Louwes
In deze zaak verzocht Ernest Cornelis Jacobus Johannes Louwes om herziening van een onherroepelijke veroordeling wegens moord op een weduwe in Deventer. De Hoge Raad stelde vast dat het buitengewone rechtsmiddel van herziening slechts in uitzonderlijke gevallen kan leiden tot heropening van een strafproces, en dat het novum een ernstig vermoeden van vrijspraak moet wekken indien het destijds bekend was geweest.
De aanvrage betrof onder meer nieuw DNA-onderzoek aan sporen op de blouse van het slachtoffer, waarbij DNA van de verdachte werd aangetroffen. Deskundigen concludeerden dat het DNA waarschijnlijk tijdens het delict was overgedragen en niet door oppervlakkig contact. De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat de verdachte niet in Deventer was op het moment van het delict.
De Hoge Raad oordeelde dat het bewijs niet onrechtmatig was verkregen, dat de bewaring en identificatie van het bewijs adequaat waren, en dat de deskundigenrapporten betrouwbaar waren. Daarnaast werd vastgesteld dat de verdachte op het tijdstip van het telefoongesprek nabij Deventer was, gelet op het bereik van het basisstation en deskundigenonderzoek. Het verzoek tot herziening werd ongegrond verklaard omdat het novum niet het ernstig vermoeden van vrijspraak wekte.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat het novum niet het ernstig vermoeden van vrijspraak wekt.