ECLI:NL:HR:2009:BJ9343
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring bedreiging via internettekst
De verdachte werd door het Gerechtshof Leeuwarden veroordeeld voor het bedreigen van een persoon door het plaatsen van dreigende teksten op een website in februari 2005. Het hof stelde vast dat verdachte onder het pseudoniem verantwoordelijk was voor de bedreigende teksten, ondanks zijn verweer dat mogelijk een ander de teksten had geplaatst.
De bewezenverklaring berustte op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en politieprocessen-verbaal, waaronder een e-mail met de bedreigende tekst en een brief van verdachte waarin hij indirect betrokkenheid erkende. Het hof concludeerde dat het verweer dat een ander de teksten had geplaatst onvoldoende was weerlegd en wees op de inhoud van een brief van verdachte als aanwijzing voor directe betrokkenheid.
In cassatie betoogde verdachte dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het niet onmogelijk was dat een ander de teksten plaatste. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het verweer op toereikende gronden had verworpen en dat het oordeel over de brief niet onbegrijpelijk was. De Hoge Raad wees het beroep af en constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, zonder dat dit gevolgen had voor het oordeel.
De uitspraak bevestigt dat in internetbedreigingszaken het bewijs van directe betrokkenheid ook kan rusten op gedragingen en verklaringen van verdachte zelf, en dat een verweer dat een ander de tekst plaatste niet zonder meer tot vrijspraak leidt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor bedreiging via internet met een voorwaardelijke geldboete van € 220,-.