ECLI:NL:PHR:2009:BJ9343
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs daderschap bedreiging via internet
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht door het plaatsen van dreigende teksten op een website. Verdachte voerde aan dat hij mogelijk niet zelf de teksten had geplaatst, hoewel hij beheerder was van de server en de inlognaam gebruikte waaronder de teksten verschenen. Het hof beval nader onderzoek naar het daderschap, maar dit leverde geen sluitend bewijs op.
De verdediging klaagde over het late toevoegen van processen-verbaal, waaronder stukken over de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden (art. 126na Sv), wat volgens hen een vormverzuim was dat de niet-ontvankelijkheid van het OM moest opleveren. De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim was hersteld doordat de stukken alsnog in hoger beroep aan het dossier waren toegevoegd en dat geen sprake was van grove veronachtzaming van de belangen van verdachte.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het bewijs onvoldoende was om met zekerheid vast te stellen dat verdachte zelf de bedreigende teksten had geplaatst, mede omdat meerdere personen toegang hadden tot de inlognaam en het password. Het hof had dit onvoldoende gemotiveerd en daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling op basis van het volledige dossier.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van daderschap en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.