ECLI:NL:HR:2009:BJ9620
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2004. De Inspecteur verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. De Rechtbank Haarlem verklaarde vervolgens het beroep tegen deze uitspraak eveneens niet-ontvankelijk. Belanghebbende deed verzet tegen deze uitspraak, maar de Rechtbank verklaarde het verzet ongegrond omdat belanghebbende de gronden van het beroep niet binnen de gestelde termijn had ingediend.
Belanghebbende stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overwoog dat de klachten niet gericht waren tegen het oordeel dat de beroepsgronden te laat waren ingediend en dat deze klachten geen aanleiding gaven tot cassatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het beroep gegrond moest worden verklaard, maar de Hoge Raad volgde dit niet.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees geen proceskosten toe. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en het beroep in stand. Het arrest werd uitgesproken op 18 december 2009 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en verzet blijft in stand.