ECLI:NL:HR:2009:BJ9620

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13217
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 lid 1 letter d AwbArt. 6:6 AwbArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2004

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2004. De Inspecteur verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. De Rechtbank Haarlem verklaarde vervolgens het beroep tegen deze uitspraak eveneens niet-ontvankelijk. Belanghebbende deed verzet tegen deze uitspraak, maar de Rechtbank verklaarde het verzet ongegrond omdat belanghebbende de gronden van het beroep niet binnen de gestelde termijn had ingediend.

Belanghebbende stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overwoog dat de klachten niet gericht waren tegen het oordeel dat de beroepsgronden te laat waren ingediend en dat deze klachten geen aanleiding gaven tot cassatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het beroep gegrond moest worden verklaard, maar de Hoge Raad volgde dit niet.

De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees geen proceskosten toe. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en het beroep in stand. Het arrest werd uitgesproken op 18 december 2009 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en verzet blijft in stand.

Uitspraak

Nr. 07/13217
18 december 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Haarlem van 11 oktober 2007, nr. AWB 07/2301, op het verzet van belanghebbende tegen na te melden uitspraak van de Rechtbank betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2004 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instantie
De Inspecteur heeft bij uitspraak het tegen de aanslag gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
De Rechtbank te Haarlem heeft bij uitspraak van 24 mei 2007 (nr. AWB 07/2301) het tegen de uitspraak van de Inspecteur ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende heeft daartegen verzet gedaan. De Rechtbank heeft bij de in cassatie bestreden uitspraak het verzet ongegrond verklaard. De Rechtbank heeft daartoe onder meer geoordeeld dat belanghebbende de gronden van het beroep niet binnen de door de Rechtbank gestelde termijn heeft ingediend. Die uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Nu deze conclusie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 31 augustus 2009 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten, die zich niet richten tegen het oordeel van de Rechtbank dat belanghebbende de gronden van het beroep niet binnen de door de Rechtbank gestelde termijn heeft ingediend, kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, J.W.M. Tijnagel, A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2009.