ECLI:NL:HR:2009:BJ9969

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12685
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping van het cassatieberoep tegen arrest gerechtshof in strafzaak

In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het cassatieberoep is ingediend door de verdediging, vertegenwoordigd door mr. M. Lindhout. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, samen met raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen. De uitspraak is gedaan op 13 oktober 2009. Hiermee is het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft ongewijzigd.

Uitspraak

13 oktober 2009
Strafkamer
nr. S 07/12685
Gra/SM
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 oktober 2007, nummer 22/007328-06, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. Lindhout, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 13 oktober 2009.