ECLI:NL:PHR:2009:BJ9969
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor diefstal ondanks betrokkenheid minderjarige dochter
Op 20 december 2006 werd verdachte samen met haar dochter betrapt op het verlaten van een winkel met een tas vol goederen zonder te betalen. De goederen betroffen onder meer scheermesjes en make-upproducten van verschillende merken.
De verdachte verklaarde dat zij en haar dochter met een lege tas de winkel waren binnengegaan en dat zij wist dat de spullen in haar tas zaten, terwijl haar dochter de tas droeg. Een beveiligingsmedewerker had hen staande gehouden en de goederen in de tas aangetroffen.
Het gerechtshof achtte bewezen dat verdachte het diefstalfeit had gepleegd, ondanks dat de tas op het moment van aanhouding door haar dochter werd gedragen. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet onbegrijpelijk was, mede gelet op de leeftijd van de dochter en de kennis van verdachte over de inhoud van de tas.
Het cassatiemiddel dat stelde dat de bewezenverklaring onjuist en onvoldoende gemotiveerd was, werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat verdachte als functionele dader kon worden aangemerkt en verwierp het beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling van verdachte voor diefstal tot acht weken gevangenisstraf.