ECLI:NL:HR:2009:BK0364
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Toepassing BPM-heffing bij kortstondig privégebruik van buitenlandse auto in Nederland
Deze zaak betreft een viertal procedures waarin in Nederland woonachtige belanghebbenden werden geconfronteerd met naheffingsaanslagen BPM vanwege het gebruik van in België of Duitsland geregistreerde auto's voor privéritten op Nederlands grondgebied. De centrale vraag was of het Europese recht het opleggen van de volledige BPM-heffing toestaat in situaties waarin het gebruik van de buitenlandse auto slechts kortstondig en voor privédoeleinden plaatsvond.
De feitelijke omstandigheden verschilden per zaak: in twee zaken werd een intracommunautaire rit gemaakt, terwijl in de andere twee gevallen sprake was van een puur binnenlandse rit. Eén belanghebbende was een in Nederland woonachtige Duitse. De Inspecteur legde aan alle belanghebbenden naheffingsaanslagen BPM op.
De zaak werd aangehouden na het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 april 2012 (C-578/10 en C-580/10). Naar aanleiding hiervan heeft de Staatssecretaris van Financiën de zaak ingetrokken. De procedures illustreren de spanningsvelden tussen nationale belastingheffing en Europese vrij verkeer van goederen en personen.
Uitkomst: De zaak werd aangehouden en uiteindelijk ingetrokken na het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.