ECLI:NL:HR:2009:BK0685
Hoge Raad
- Cassatie
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schending redelijke termijn zonder rechtsgevolg bij geldboete
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad heeft het middel van cassatie onderzocht en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden, waardoor geen nadere motivering noodzakelijk is.
De Hoge Raad heeft ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Ondanks deze termijnoverschrijding acht de Hoge Raad, gelet op de opgelegde geldboete van € 75,- en subsidiair één dag hechtenis, geen aanleiding om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.
Daarom volstaat de Hoge Raad met de constatering van de termijnoverschrijding en verwerpt het beroep van de verdachte. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Balkema, de Hullu en Sterk op 8 december 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad constateert schending van de redelijke termijn maar verwerpt het cassatieberoep zonder rechtsgevolg.