ECLI:NL:HR:2009:BK1207

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02236
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 aanhef en onder b FArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 1 sub b F

Verzoekers hebben bij de rechtbank Utrecht een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnissen van 23 maart 2009 af. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 28 mei 2009 bekrachtigde.

Vervolgens werd beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen zijn die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid Pro 1, aanhef en onder b, van de Faillissementswet.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

18 december 2009
Eerste Kamer
09/02236
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen.
Verzoekers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met op 26 januari 2009 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediende verzoekschriften hebben [verzoeker] c.s. zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hen de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnissen van 23 maart 2009 de verzoeken afgewezen.
Tegen voornoemde vonnissen hebben [verzoeker] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 28 mei 2009 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 december 2009.