ECLI:NL:PHR:2009:BK1207
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw bij ontstaan schulden
Verzoekers, een echtpaar met een gezamenlijke schuldenlast van circa €124.500, waaronder belastingschulden en schulden aan diverse kredietverstrekkers en aannemers, verzochten de rechtbank Utrecht om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat zij niet aannemelijk maakten dat zij te goeder trouw waren bij het ontstaan of onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Het hof Amsterdam bekrachtigde dit vonnis na hoger beroep. Verzoekers stelden in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat zij niet te goeder trouw waren, onder meer omdat zij zich na een brand in 2007 in een problematische situatie bevonden vanwege een geschil met hun verzekeraar FBTO, die de dekking had geschorst wegens premieachterstand.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat verzoekers geen goede trouw hadden aangetoond. Het feit dat zij kredietovereenkomsten waren aangegaan om herstelwerkzaamheden te financieren terwijl zij niet aannemelijk konden maken dat zij de lasten konden voldoen als de verzekeraar niet zou uitkeren, getuigde van bewust risico nemen. Ook de belastingschuld was het gevolg van foutieve aangiften, en een latere schikking bracht niet mee dat zij te goeder trouw waren geweest.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schulden.