ECLI:NL:HR:2009:BK2119

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01619 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 33a Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking inzake beslag op brommer bij overval met dodelijke afloop

Op 11 augustus 2007 werd de brommer van klager in beslag genomen omdat deze als vluchtbrommer was gebruikt bij een overval met dodelijke afloop. De officier van justitie verzette zich tegen teruggave, stellende dat klager wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de brommer voor het plegen van het strafbare feit zou worden gebruikt.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beklag ongegrond en overwoog dat klager vaker zijn brommer uitleende en wist dat een derde van plan was een overval te plegen. Op grond daarvan achtte de rechtbank de brommer vatbaar voor verbeurdverklaring en handhaafde het beslag.

De Hoge Raad oordeelde echter dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd dat klager redelijkerwijs kon vermoeden dat zijn brommer zou worden gebruikt voor het strafbare feit. Deze feitelijke vaststelling ontbrak in de stukken die aan de Hoge Raad waren voorgelegd. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling en beslissing op het klaagschrift.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

15 december 2009
Strafkamer
Nr 08/01619 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 7 februari 2008, nummer RK 07/6274, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. K.P.C.M. Gimbrère, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel komt met motiveringsklachten op tegen de ongegrondverklaring van het beklag.
2.2. De bestreden beschikking houdt onder meer het volgende in:
"Inhoud klaagschrift
Het klaagschrift strekt tot teruggave van het onder klager inbeslaggenomen goed, te weten: brommer van het merk Aprillia, voorzien van kenteken [AA-00-BB].
Beoordeling
Uit de stukken is het volgende gebleken.
Op 11 augustus 2007 is onder klager voornoemd goed inbeslaggenomen.
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen goed. Daartoe heeft zij onder meer aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat de brommer haars inziens vatbaar is voor verbeurdverklaring in de strafzaak tegen verdachte [betrokkene 1] (13/527271-07). De brommer heeft gediend als vluchtbrommer bij een overval met dodelijke afloop. Klager wist of kon redelijkerwijs vermoeden dat zijn brommer voor die overval zou worden gebruikt.
(...)
De raadsman van klager heeft in raadkamer onder meer aangevoerd dat nergens uit het dossier valt op te maken dat klager redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de brommer voor deze overval zou worden gebruikt. Klager heeft nimmer bewust zijn brommer uitgeleend. Als de brommer verbeurd verklaard wordt is dat overigens een straf voor klager en niet voor verdachte [betrokkene 1] omdat de brommer niet van [betrokkene 1] is.
De rechtbank overweegt het volgende.
Blijkens de stukken en het verhandelde in raadkamer leende klager vaker zijn brommer uit. In zijn verklaring bij de politie op 11 augustus 2007 verklaart klager dat hij zijn 'bromfiets had uitgeleend aan twee jongens'. Klager wist bovendien dat [betrokkene 2] van plan was een overval te plegen en dat hij dat ook vaker had gedaan. Op grond hiervan en het gestelde in artikel 33a, tweede lid, onder a, is naar het oordeel van de rechtbank de brommer vatbaar voor verbeurdverklaring, nu klager redelijkerwijs kon vermoeden dat zijn brommer voor het plegen van een strafbaar feit zou worden gebruikt.
Gelet op het bovenstaande, is de rechtbank van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag.
Het beklag dient dan ook ongegrond te worden verklaard."
2.3. De Rechtbank heeft onder meer uit de omstandigheid dat de klager wetenschap had van het feit dat [betrokkene 2] van plan was een overval te plegen en dat hij dat vaker had gedaan, afgeleid dat de klager redelijkerwijs kon vermoeden dat zijn inbeslaggenomen brommer voor het plegen van een strafbaar feit zou worden gebruikt. Dat oordeel is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat deze feitelijke vaststelling niet uit de tot de Hoge Raad ter beschikking staande stukken kan worden afgeleid. De bestreden beschikking is dan ook ontoereikend gemotiveerd.
2.4. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2009.