ECLI:NL:HR:2009:BK3073
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over zakelijkheid projectkosten vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een onderneming actief in managementondersteuning voor de bouwsector, bracht in haar vennootschapsbelastingaangifte 1999 kosten in verband met twee projecten, te weten project S en project Spanje. De kosten betroffen onder meer een aan de directeur toegekende provisie en kosten voor diensten van een Spaans bedrijf.
De Inspecteur stelde dat deze kosten niet zakelijk waren en verklaarde het bezwaar tegen de aanslag niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. De Rechtbank Arnhem verklaarde het bezwaar gegrond en verklaarde het bezwaar ongegrond. Het Hof Arnhem bevestigde dit oordeel, waarbij het Hof oordeelde dat belanghebbende de zakelijkheid van de kosten niet aannemelijk had gemaakt.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte buiten de rechtsstrijd was getreden door de kosten van het project Spanje als niet zakelijk te bestempelen zonder dat dit standpunt door de Inspecteur was ingenomen. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het oordeel van het Hof over de provisie aan de directeur onvoldoende gemotiveerd was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. De zaak wordt dus inhoudelijk opnieuw beoordeeld met inachtneming van de motieven in dit arrest.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak terug voor nieuwe beoordeling over zakelijkheid projectkosten.