ECLI:NL:HR:2009:BK3581
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing faillissementsverzoek na vernietiging vonnis rechtbank
Op 8 mei 2009 diende eiser een verzoekschrift in bij de rechtbank Rotterdam om verweerder in staat van faillissement te verklaren. De rechtbank verklaarde verweerder op 9 juni 2009 in staat van faillissement. Verweerder stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot faillietverklaring af in het arrest van 7 juli 2009.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding, welke nihil werden vastgesteld aan de zijde van verweerder.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het faillissementsverzoek definitief afgewezen.