ECLI:NL:HR:2009:BK4471

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00207
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens brandblaar bij wrattenbehandeling

Eiseres vorderde bij de kantonrechter een bedrag van €1.850 als schadevergoeding en €1.380 aan buitengerechtelijke kosten van verweerder vanwege het ontstaan van een brandblaar tijdens een wrattenbehandeling. De kantonrechter wees de vordering af na een comparitie van partijen. Eiseres ging in hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde na een tussenarrest en een comparitie.

Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen beide arresten van het hof. Verweerder verscheen niet in cassatie, waarna verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde niet-ontvankelijkverklaring voor het beroep tegen het tussenarrest en verwerping van het overige beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en eiseres werd in de kosten van het geding in cassatie veroordeeld, die nihil werden vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

22 december 2009
Eerste Kamer
09/00207
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
[Verweerder],
wonende danwel kantoorhoudende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 6 oktober 2006 [verweerder] gedagvaard voor de kantonrechter te Leiden, en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] te veroordelen om aan [eiseres] een bedrag van € 1.850,-- te betalen, alsmede € 1.380,-- aan buitengerechtelijke kosten.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft, na een comparitie van partijen te hebben gelast, bij vonnis van 21 februari 2007 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Na tussenarrest van 18 april 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast, heeft het hof bij eindarrest van 23 september 2008 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] voor zover het beroep is gericht tegen het tussenarrest en voor het overige tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.