ECLI:NL:PHR:2009:BK4471
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing bewijsaanbod en aansprakelijkheid assistente bij brandblaar na wrattenbehandeling
Op 19 mei 2005 behandelde de doktersassistente van huisarts verweerder een wrat bij eiseres met stikstof, waarna een brandblaar ontstond. Eiseres stelde dat de assistente onjuist had gehandeld door een te groot gebied te behandelen en een te hoge dosering te gebruiken, en dat zij bovendien onjuist was geadviseerd de blaar met rust te laten.
De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van onzorgvuldig handelen. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het ontstaan van een brandblaar een normale complicatie is die niet per se wijst op een beroepsfout. Het hof verwierp het bewijsaanbod van eiseres als onvoldoende concreet, mede omdat zij niet had aangeboden de doktersassistente als getuige te horen.
In cassatie stelde eiseres dat het hof ten onrechte het bewijsaanbod had gepasseerd en een verboden bewijsprognose had gemaakt. De Hoge Raad verwierp deze klachten, overwoog dat het bewijsaanbod onvoldoende specifiek was en dat het hof terecht had geoordeeld dat het ontstaan van de brandblaar geen bewijs van onzorgvuldig handelen was. De aansprakelijkheid van verweerder voor zijn assistente werd bevestigd, maar het beroep werd verder verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.