ECLI:NL:HR:2009:BK6646
Hoge Raad
- Raadkamer
- G.J.M. Corstens
- D.H. Beukenhorst
- J.C. van Oven
- H.A.G. Splinter-van Kan
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Ontslag rechterlijk ambtenaar wegens ongeschiktheid door onvoldoende functioneren en gedragsproblemen
De Procureur-Generaal vorderde op grond van art. 46o Wrra het ontslag van een rechterlijk ambtenaar wegens ongeschiktheid anders dan door ziekte. Het dossier bevatte evaluaties vanaf 1992 met kritiek op werktempo, besluitvaardigheid, aanwezigheid en samenwerking. In 2006 werd de rechter in verwaarloosde toestand aangetroffen, onder invloed van alcohol, wat leidde tot non-activiteit en een mislukte re-integratie.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechter ongeschikt is voor haar taak, gelet op het totaalbeeld van functioneren, gedragsproblemen en het verlies van gezag binnen en buiten de rechtbank. De ongeschiktheid was niet toe te schrijven aan ziekte, ondanks periodes van arbeidsongeschiktheid.
De vordering tot ontslag werd toegewezen met ingang van 1 januari 2010, waarbij een uitkering werd toegekend gelijk aan de Werkloosheidswet. Verzoeken tot aanvullende voorzieningen werden afgewezen. De Hoge Raad benadrukte dat het ontslaginstrument niet mag worden misbruikt en dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht niet in gevaar is.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot ontslag van de rechter wegens ongeschiktheid toe met ingang van 1 januari 2010 en kent een uitkering toe conform de Werkloosheidswet.