ECLI:NL:HR:2009:BK6877
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van Rijkswet Nederlanderschap
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) om vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Dit verzoek werd afgewezen door de rechtbank, waarna verzoeker in cassatie ging bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betreft de vraag of verzoeker, ondanks de bepalingen van artikel 2, 3 en 6 van de Toescheidingsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname, de Nederlandse nationaliteit die hij bij geboorte verkreeg, heeft behouden. De Staat der Nederlanden heeft zich verzet tegen het verzoek.
De Hoge Raad overweegt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering achterwege kan blijven omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt derhalve verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen.