ECLI:NL:HR:2009:BK6877

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00744
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 RWNArt. 2 ToescheidingsovereenkomstArt. 3 ToescheidingsovereenkomstArt. 6 ToescheidingsovereenkomstArt. 81 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van Rijkswet Nederlanderschap

Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) om vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Dit verzoek werd afgewezen door de rechtbank, waarna verzoeker in cassatie ging bij de Hoge Raad.

De kern van het geschil betreft de vraag of verzoeker, ondanks de bepalingen van artikel 2, 3 en 6 van de Toescheidingsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname, de Nederlandse nationaliteit die hij bij geboorte verkreeg, heeft behouden. De Staat der Nederlanden heeft zich verzet tegen het verzoek.

De Hoge Raad overweegt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering achterwege kan blijven omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt derhalve verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank in stand blijft.

Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen.

Uitspraak

18 december 2009
Eerste Kamer
09/00744
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. Sanchez Montoto,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie,
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 28 december 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, op de voet van art. 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit.
De Staat heeft bij brief van 20 augustus 2008 zijn standpunt met betrekking tot het verzoek kenbaar gemaakt.
Na mondelinge behandeling heeft de rechtbank bij beschikking van 19 december 2008 het verzoek afgewezen.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 december 2009.