ECLI:NL:HR:2009:BK6885
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesorde en geschilomvang na prejudiciële vragen over omzetbelasting
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, had over maart 1999 omzetbelasting betaald en hiertegen bezwaar gemaakt. De Inspecteur verleende gedeeltelijke teruggaaf, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Het Hof stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over het begrip 'vervaardigen' in de Zesde richtlijn, waarop het Hof van Justitie antwoordde in het voordeel van de Inspecteur.
Na beantwoording van deze vragen beperkte het Hof het geschil tussen partijen uitdrukkelijk tot de uitleg van het begrip 'vervaardigen'. Het Hof oordeelde dat het in strijd met de goede procesorde is om na beantwoording van prejudiciële vragen nieuwe stellingen of grieven in te brengen die de omvang van het geschil uitbreiden.
Belanghebbende stelde in cassatie dat deze beperking niet gerechtvaardigd was en dat nieuwe feiten en stellingen in elke fase van het geding aangevoerd kunnen worden. De Hoge Raad oordeelde dat het stellen van prejudiciële vragen op zich niet uitsluit dat nieuwe stellingen worden ingebracht, maar dat in deze zaak belanghebbende uitdrukkelijk andere stellingen en het recht daarop had prijsgegeven. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep ongegrond.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest bevestigt de grenzen aan de procesorde en de omvang van het geschil na prejudiciële vragen in bestuursrechtelijke procedures over belastingaanslagen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het geschil wordt beperkt tot de uitlegging van het begrip 'vervaardigen'.