ECLI:NL:HR:2010:BJ7943
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Optieverplichtingen en ondernemingsvermogen bij agrarische onderneming
Belanghebbende, een agrarische ondernemer, schreef regelmatig putopties op aandelen waarvan de ontvangen premies deels werden gebruikt voor de financiering van bedrijfsmiddelen binnen zijn onderneming. In 2001 leed hij verlies op deze opties en de bijbehorende aandelen. De vraag was of deze optieverplichtingen tot het ondernemingsvermogen behoorden en of het verlies daarop ten laste van de winst mocht worden gebracht.
De Rechtbank te Arnhem verhoogde het verlies, het Hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat belanghebbende niet vrijstaat de optieverplichtingen tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het enkel aanwenden van premies voor financiering van bedrijfsmiddelen onvoldoende is om een nauw verband aan te nemen tussen de optieverplichtingen en de onderneming.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft het oordeel van het Hof dat de optieverplichtingen niet tot het ondernemingsvermogen behoren, in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat optieverplichtingen niet tot het ondernemingsvermogen behoren.