ECLI:NL:HR:2010:BJ7958
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt winst uit onderneming bij exploitatie windturbine
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag. Het hof bevestigde deels het vonnis van de rechtbank en verminderde de aanslag verder.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde het beroep ongegrond.
De kern van de zaak betrof de vraag of de opbrengst uit de exploitatie van een windturbine winst uit onderneming vormt of tot de rendementsgrondslag van box III behoort. De Hoge Raad bevestigde dat het hier winst uit onderneming betreft.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig om de uitspraak van het hof te vernietigen en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd op 23 april 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.