ECLI:NL:HR:2010:BK0360
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwijst prejudiciële vraag over toepassing artikel 18 EG bij BPM-heffing op kortdurend gebruik buitenlandse auto
Belanghebbende, een in Nederland woonachtige Duitse burger, gebruikte kortstondig een in Duitsland geregistreerde auto die haar vriend, woonachtig in Duitsland, naar Nederland had gebracht. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op wegens het gebruik van de auto op de Nederlandse openbare weg. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde de naheffingsaanslag omdat deze een ongerechtvaardigde belemmering vormde van het recht op vrij reizen en verblijven zoals gewaarborgd in artikel 18 EG Pro.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het onderhavige geval vragen oproept over de toepasselijkheid van artikel 18 EG Pro, aangezien het gebruik van de auto niet door een huurrelatie maar door het lenen van een particulier plaatsvond. De Hoge Raad overwoog dat het gebruik van een in een andere lidstaat geregistreerde auto door een inwoner van Nederland met de Duitse nationaliteit mogelijk een grensoverschrijdend element bevat dat onder het gemeenschapsrecht valt.
De Hoge Raad stelde vast dat het niet duidelijk is of de BPM-heffing in deze situatie een beperking vormt van het recht op vrij reizen en verblijven en besloot daarom een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen. Totdat het Hof uitspraak doet, wordt de zaak geschorst en verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt de zaak aan en schorst de procedure totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan over de prejudiciële vraag.