ECLI:NL:HR:2010:BK1519
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid echtgenoot voor belastingschuld en procedure belastingrechter
Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor de helft van de door haar echtgenoot verschuldigde inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 1997 tot en met 1999. De aansprakelijkstelling vond plaats op grond van artikel 1:102 BW Pro en artikel 49 Invorderingswet Pro 1990, waarbij de procedure via de belastingrechter werd gevolgd.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de beschikking van de ontvanger, maar het Hof herstelde dit en verwees het geding terug naar de Rechtbank met inachtneming van haar uitspraak. Belanghebbende stelde hiertegen cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat de aansprakelijkstelling op grond van artikel 1:102 BW Pro geldig kan worden gemaakt via de procedure voor de belastingrechter zoals bepaald in artikel 49 IW Pro 1990. Daarnaast verwierp de Hoge Raad het verweer dat de belastingschulden verknocht zouden zijn aan de echtgenoot in de zin van artikel 1:94 lid 3 BW Pro, omdat daarvoor geen feiten waren gesteld en de aard van de schulden dit niet rechtvaardigt.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de aansprakelijkheid van de echtgenoot voor de belastingschuld via de belastingrechterprocedure.