ECLI:NL:PHR:2010:BK1519
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid echtgenoot voor belastingschulden en formalisering via Invorderingswet 1990
Belanghebbende was gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en werd aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden van haar echtgenoot over de periode vóór het ingaan van huwelijkse voorwaarden. De Ontvanger stelde haar aansprakelijk op grond van artikel 1:102 BW Pro via een beschikking op grond van artikel 49 Invorderingswet Pro 1990. Belanghebbende maakte bezwaar en voerde aan dat deze aansprakelijkstelling niet via de Invorderingswet maar via de civiele rechter moest verlopen.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de beschikking. Het Hof stelde echter dat de wetgever bij de wetswijziging van 2002 de bedoeling had dat aansprakelijkstellingen op grond van civiel recht ook via artikel 49 Invorderingswet Pro 1990 kunnen worden geformaliseerd, waardoor een enkelvoudige rechtsgang bij de belastingrechter mogelijk is.
De Hoge Raad bevestigt dat belastingschulden van een echtgenoot niet als verknochte schulden gelden en tot de gemeenschapsschulden behoren. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de aansprakelijkstelling op grond van artikel 1:102 BW Pro via een voor bezwaar vatbare beschikking op grond van artikel 49 Invorderingswet Pro 1990 kan plaatsvinden. Dit voorkomt een dubbele rechtsgang en biedt rechtsbescherming aan de aansprakelijk gestelde derde.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat aansprakelijkstelling op grond van artikel 1:102 BW via artikel 49 Invorderingswet 1990 kan worden geformaliseerd.