ECLI:NL:HR:2010:BK2005
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vaststelling referentiejaar melkquotum bij bedrijfsopvolging en onderbezetting
In deze zaak staat centraal welk referentiejaar geldt voor de toekenning van een bijzondere heffingvrije hoeveelheid melk op grond van de Beschikking superheffing bedrijfsopvolgingssituaties onderbezetting (BOSO). [Eiser] c.s. exploiteren een agrarisch bedrijf en hebben een geschil met Twickel over de aanspraken op het melkquotum dat geregistreerd staat op hun naam.
De rechtbank wees de vorderingen van [eiser] c.s. af, maar stelde in reconventie vast dat een deel van het melkquotum samenhangt met een perceel grond dat van pacht is omgezet in erfpacht. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat het referentiejaar voor het BOSO-melkquotum niet 1983 was, maar 1 april 1986 als ijkmoment, waardoor ook grond die pas in november 1983 in gebruik werd genomen, in aanmerking kwam.
De Hoge Raad stelt echter dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door het referentiejaar niet als 1983 te erkennen. De BOSO-regeling gaat uit van 1983 als referentiejaar voor de heffingvrije hoeveelheid melk, ook bij bedrijfsopvolging met onderbezetting. De datum 1 april 1986 is slechts een uiterste termijn voor de realisatie van standplaatsen en geen afwijking van het referentiejaar. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt Twickel in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met bevestiging dat 1983 het referentiejaar is voor het BOSO-melkquotum.