ECLI:NL:HR:2010:BK3071

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02039
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in bestuurdersaansprakelijkheidszaak

MCH vorderde betaling van €192.919,-- van [verweerder] en [A] B.V. wegens bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank veroordeelde [A] B.V. en deels ook [verweerder]. In hoger beroep vernietigde het hof Arnhem het vonnis voor zover het [verweerder] betrof en veroordeelde hem en [A] hoofdelijk tot betaling van €7.471,49 en een deel van €175.268,51.

MCH stelde beroep in cassatie in tegen het tussen- en eindarrest van het hof, maar tegen [verweerder] werd verstek verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van MCH niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering. MCH werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die voor [verweerder] nihil werden begroot.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven, Van Schendel en in het openbaar uitgesproken door Numann op 8 januari 2010.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van [verweerder] en [A] B.V.

Uitspraak

8 januari 2010
Eerste Kamer
08/02039
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
MANAGEMENT & CONTROL HOLDING B.V.,
gevestigd te Nunspeet,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als MCH en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
MCH heeft bij exploot van 30 oktober 2003, voor zover in cassatie van belang, [verweerder] en [A] B.V. (hierna: [A]) gedagvaard voor de rechtbank Zwolle-Lelystad en gevorderd, kort gezegd, [A] en [verweerder] hoofdelijk te veroordelen aan MCH te betalen een bedrag van € 192.919,-- met rente en kosten.
[A] en [verweerder] hebben de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 2 februari 2005 [A] veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 175.268,52, alsmede een bedrag van € 10.178,99, met rente en kosten. Voorts heeft de rechtbank [A] en [verweerder] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 7.471,49 met rente en kosten.
Tegen dit vonnis heeft MCH hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Na een tussenarrest van 4 juli 2006 heeft het hof bij eindarrest van 22 januari 2008 het vonnis van de rechtbank vernietigd, voorzover tegen [verweerder] als gedaagde gewezen, en, opnieuw rechtdoende, [verweerder] en [A] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het bedrag
- van € 7.471,49, met rente, en
- een gedeelte, groot € 34.539,-- van het bedrag van € 175.268,51 waarin [A] verwezen is.
Het hof heeft voorts MCH haar overige vorderingen tegen [verweerder] ontzegd en het bestreden vonnis voor het overige bekrachtigd.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen zowel het tussen- als het eindarrest van het hof, voorzover tussen haar en [verweerder] gewezen, heeft MCH beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor MCH toegelicht door haar advocaat en mr. L. van den Eshof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Management & Control Holding B.V. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 januari 2010.