ECLI:NL:HR:2010:BK3389
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging voor langdurige handel in heroïne en cocaïne
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, wegens het opzettelijk verkopen en afleveren van heroïne en cocaïne aan meerdere gebruikers gedurende een periode van januari 2001 tot april 2008. Het hof nam in de strafmotivering mee dat verdachte mogelijk meer dan vijf afnemers had en mogelijk zijn klantenbestand wilde uitbreiden, wat niet werd bestreden in cassatie.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet konden leiden tot vernietiging van het arrest, behalve voor het onderdeel betreffende het inbeslaggenomen geldbedrag van € 1.130,00. De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte geen beslissing had genomen over dit bedrag en gelastte de teruggave aan de verdachte.
De strafoplegging werd bevestigd omdat het hof een alternatieve en zelfstandige reden had voor de onvoorwaardelijke gevangenisstraf, namelijk de mogelijke uitbreiding van het klantenbestand. De Hoge Raad vond geen reden om het arrest verder te vernietigen en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de straf van 30 maanden gevangenisstraf en gelast de teruggave van € 1.130,00.