ECLI:NL:PHR:2010:BK3389
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofarrest wegens onvoldoende motivering strafoplegging bij drugsverkoop
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte is veroordeeld voor het meermalen opzettelijk verkopen van heroïne en cocaïne. Het hof legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en sprak verbeurdverklaring uit van bepaalde voorwerpen.
De verdediging voerde meerdere middelen aan, waaronder dat het hof ten onrechte verklaringen van getuigen gebruikte die later waren teruggekomen op hun verklaringen, en dat het hof onrechtmatig bewijs had toegelaten. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen van twee getuigen onderling elkaar ondersteunden en voldoende betrouwbaar waren om het bewijs te dragen. Daarnaast verwierp het hof het verweer dat de aanhouding en inverzekeringstelling van deze getuigen onrechtmatig was.
Het belangrijkste middel betrof de strafoplegging, waarbij het hof had aangenomen dat verdachte mogelijk meer klanten had dan bewezen was en dat hij zijn klantenkring wilde uitbreiden. De Hoge Raad oordeelt dat deze veronderstellingen niet voldoende zijn gemotiveerd en dat het hof de strafoplegging op basis daarvan niet juist heeft gemotiveerd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.