ECLI:NL:HR:2010:BK3497

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00390
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die in voorlopige hechtenis verbleef. Het cassatieberoep was gericht tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad beoordeelde of de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, was overschreden in de cassatiefase.

De Hoge Raad constateerde dat de stukken te laat door het hof waren ingezonden, waardoor meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een overschrijding van de redelijke termijn. Gezien deze overschrijding werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd van zeven jaar naar zes jaar en zes maanden.

De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en de duur van de straf. Voor het overige werd het beroep verworpen. Er waren geen andere gronden voor vernietiging aanwezig. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 5 januari 2010.

Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van zeven jaar naar zes jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.

Uitspraak

5 januari 2010
Strafkamer
nr. 08/00390
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 december 2007, nummer 22/001730-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Zuid-West, locatie Dordtse Poorten" te Dordrecht.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.G. Vos, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het arrest waarvan beroep zal vernietigen voor zover het betreft de strafoplegging en de opgelegde straf zal verminderen.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
2.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zeven jaren.
3. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze zes jaren en zes maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 5 januari 2010.