ECLI:NL:HR:2010:BK4932
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over intrekking exequatur bij voldaan vonnis volgens EEX-Verordening
In deze zaak verzocht de curator van Arilco Holland B.V. verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van een Belgisch arrest waarin Prism Investments B.V. werd veroordeeld tot betaling van ruim €1 miljoen. Prism stelde dat zij reeds aan deze veroordeling had voldaan en verzocht de intrekking van het exequatur. De voorzieningenrechter verleende het verlof, maar de rechtbank wees het verzoek van Prism tot intrekking af.
De Hoge Raad bevestigde dat de cassatietermijn voor het beroep tegen een beschikking op grond van art. 43 EEX Pro-Verordening drie maanden bedraagt en dat het beroep van Prism tijdig was ingesteld. Vervolgens oordeelde de Hoge Raad dat de gronden voor weigering of intrekking van een exequatur limitatief zijn opgesomd in art. 34 en Pro 35 EEX-Verordening, en dat het feit dat aan de uitspraak reeds is voldaan geen grond is voor intrekking.
De Hoge Raad constateerde dat uit de rechtspraak van het Hof van Justitie EU geen eenduidig antwoord volgt op de vraag of in de exequaturprocedure ruimte bestaat voor verweren die zich richten op omstandigheden die zich na de uitspraak hebben voorgedaan, zoals voldaan zijn aan de vordering. Daarom stelde de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie en schortte het geding op tot uitspraak van het Hof.
Deze uitspraak verduidelijkt de strikte toetsingskaders van de exequaturprocedure onder de EEX-Verordening en benadrukt de beperkte mogelijkheden tot intrekking van een verleend exequatur.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie EU over de intrekking van exequatur op grond van voldaan vonnis.