ECLI:NL:HR:2010:BK5989
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tijdelijk benoemde bestuurder stichting en rechtsgeldigheid bestuursbesluiten
In deze zaak stond centraal de vraag of een tijdelijk door de rechter benoemde bestuurder van een stichting bevoegd is tot het nemen van bestuursbesluiten die verder gaan dan strikt noodzakelijk zijn voor zijn tijdelijke taak. De rechtbank Almelo had in 2004 een voorlopige bestuurder benoemd met alle bevoegdheden die de wet en statuten aan het bestuur toekennen. Deze tijdelijke bestuurder had vervolgens nieuwe bestuurders benoemd en de eiseres als bestuurder ontslagen.
De eiseres vorderde in kort geding dat de huidige bestuurders hun functies neerleggen en medewerking verlenen aan haar herinschrijving als bestuurder. De voorzieningenrechter wees dit deels toe, maar het hof verwierp de vorderingen uiteindelijk. De Hoge Raad bevestigt dat de tijdelijke bestuurder alle bevoegdheden heeft die de wet en statuten aan het bestuur toekennen, tenzij de rechter deze bevoegdheden expliciet beperkt. Besluiten die verder gaan dan strikt noodzakelijk zijn, zijn niet nietig op grond van art. 2:14 BW Pro indien niet binnen de wettelijke termijn vernietiging is ingeroepen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en benadrukt dat het feit dat een bestuurder tijdelijk is benoemd niet betekent dat hij geen besluiten met definitieve gevolgen mag nemen, tenzij dit door de rechter is beperkt. De eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de bestuursbesluiten van de tijdelijke bestuurder worden als rechtsgeldig bevestigd.