ECLI:NL:HR:2010:BK6053
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid inhouding dividendbelasting op uitkering aan Antilliaanse vennootschap
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap, keerde op 29 december 2005 een dividend uit aan een aandeelhouder gevestigd in de Nederlandse Antillen, waarop zij dividendbelasting heeft afgedragen. Tegen deze afdracht maakte belanghebbende bezwaar en verzocht om teruggaaf, welke werd afgewezen door de Inspecteur en vervolgens door de Rechtbank.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de inhouding van dividendbelasting in strijd was met het EG-recht, met name met artikel 47 van Pro het LGO-besluit en artikel 56 EG Pro, en dat sprake was van discriminatie. De Hoge Raad oordeelde dat de dividenduitkering geen transactie is als bedoeld in artikel 47 lid 1 van Pro het LGO-besluit en dat de beperking van de dividendbelasting binnen de werkingssfeer van artikel 43 EG Pro valt.
De Hoge Raad bevestigde dat de situaties van binnenlandse en buitenlandse aandeelhouders niet feitelijk en rechtens vergelijkbaar zijn, waardoor geen sprake is van verboden discriminatie. Het incidentele beroep van de Staatssecretaris werd niet behandeld omdat het alleen aan de orde zou zijn indien het principale beroep slaagde. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de inhouding van dividendbelasting.