ECLI:NL:HR:2010:BK6141

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00137
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep ondanks overschrijding redelijke termijn

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het beroep is ingesteld door verdachte en behandeld door de Hoge Raad op 9 februari 2010.

De Hoge Raad beoordeelt de middelen en constateert dat er geen gronden zijn die leiden tot cassatie, aangezien de bewijsmiddelen voldoende zijn en de rechtsvragen niet van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens beoordeelt de Hoge Raad ambtshalve de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.

Hoewel de redelijke termijn is overschreden, wordt dit gelet op de opgelegde sanctie van een geldboete van € 50,- of subsidiair één dag hechtenis, en de mate van overschrijding, niet als reden gezien om rechtsgevolgen te verbinden aan deze overschrijding. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt het bestreden arrest.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de opgelegde geldboete van € 50,- subsidiair één dag hechtenis ondanks overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

9 februari 2010
Strafkamer
nr. 08/00137
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 4 januari 2008, nummer 21/001728-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.Th. Hummels, advocaat te Zeist, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen, waarin niet wordt geklaagd dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat het feit op de in bewezenverklaring vermelde plaats is begaan, kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 50,-, subsidiair één dag hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 9 februari 2010.