ECLI:NL:PHR:2010:BK6141
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor deelname aan samenscholing op Jaarbeursplein ondanks dwang politie
Verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor deelname aan een samenscholing op het Jaarbeursplein te Utrecht op 6 mei 2006, waarbij hij deel uitmaakte van een groep van ongeveer 25 personen die betrokken waren bij een confrontatie met de politie. Het hof stelde dat verdachte zich op het Jaarbeursplein bevond, maar volgens de Hoge Raad is dit een kennelijke misslag: de feitelijke samenscholing vond plaats in de stationshal van Utrecht Centraal, waarna de groep door de politie werd weggestuurd naar het Jaarbeursplein, waar zij werden aangehouden.
De verdediging voerde aan dat verdachte door politie dwang naar het Jaarbeursplein was geleid en dat hem daarom geen verwijt kan worden gemaakt van samenscholing op die locatie. Tevens werd gesteld dat het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid aan de orde is, omdat verdachte zijn vrijheid van meningsuiting uitoefende tegen neonazi's, en dat vervolging daarmee in strijd zou zijn met grondwettelijke en internationale rechten.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het recht op vrije meningsuiting niet absoluut is en dat verdachte andere legale wegen had om zijn doel te bereiken. De Hoge Raad oordeelt dat het eerste middel gegrond is vanwege de kennelijke misslag in de bewezenverklaring en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof te Arnhem voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens kennelijke misslag in bewezenverklaring en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.