ECLI:NL:HR:2010:BK6673
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling immuniteit van jurisdictie in arbeidsrechtelijk geschil met buitenlandse staat
In deze zaak vordert een voormalige secretaresse van de ambassade van het Koninkrijk Marokko loonbetaling tegen het Koninkrijk. De kantonrechter en het gerechtshof wijzen het beroep van het Koninkrijk op immuniteit van jurisdictie af en wijzen de loonvordering toe.
De Hoge Raad bevestigt dat de hoofdregel van de Europese Overeenkomst inzake staatsimmuniteit, die bepaalt dat een staat geen immuniteit heeft in arbeidsgeschillen met een werknemer die op het grondgebied van de forumstaat werkt, hier van toepassing is. De uitzondering op die regel op grond van de nationaliteit van de werknemer zoals neergelegd in art. 5 lid 2 onder Pro a van de Europese Overeenkomst, is niet doorslaggevend wanneer de werknemer zijn gewone verblijfplaats in de forumstaat heeft.
De Hoge Raad stelt dat de regel uit art. 11 lid 2 onder Pro e van het VN-Verdrag, hoewel Nederland dit verdrag niet heeft geratificeerd, geldt als internationaal gewoonterecht en dat deze regel inhoudt dat staatsimmuniteit niet kan worden ingeroepen indien de werknemer op het moment van het aanhangig maken van het geding zijn gewone verblijfplaats in de forumstaat heeft.
De werkzaamheden van de werknemer hadden geen diplomatiek karakter en het Koninkrijk kan zich daarom niet beroepen op immuniteit. Het beroep van het Koninkrijk op cassatie wordt verworpen en het wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep op immuniteit van jurisdictie door het Koninkrijk Marokko wordt verworpen en de loonvordering van de werknemer toegewezen.