ECLI:NL:HR:2010:BK6949
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewezenverklaring zonder vergunning inrichting dierenhouderij
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarbij verdachte werd bewezen verklaard dat hij zonder vergunning een inrichting voor het houden van dieren in werking had. Het hof baseerde zich op politieprocessen-verbaal, tellingen van vee door toezichthouders en verklaringen van verdachte en zijn broer.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring niet zonder meer uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, omdat de onderbouwing onvoldoende is om vast te stellen dat de inrichting zonder vergunning in werking was. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor zover het de bewezenverklaring en de strafoplegging betreft.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem, Economische Kamer, om op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De overige middelen van cassatie worden verworpen. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.