ECLI:NL:HR:2010:BK8097
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arbitrale vonnissen wegens onjuiste toepassing artikel 1065 lid 4 Rv
In deze zaak vorderden eisers de vernietiging van arbitrale vonnissen die door arbiters waren gewezen in een geschil over de afwikkeling van een maatschapsovereenkomst en de beëindiging van deelname in ondernemingen. De arbitrale vonnissen van 22 december 2004 en 14 december 2005 waren grotendeels in het voordeel van verweerders.
Eisers stelden dat het scheidsgerecht buiten zijn opdracht was getreden, een grond voor vernietiging op basis van artikel 1065 lid 1 onder Pro c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het hof wees deze vordering af omdat eisers niet tijdig in het arbitrale geding een beroep hadden gedaan op de overschrijding van de opdracht, zoals vereist door artikel 1065 lid 4 Rv Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onterecht ambtshalve deze grond had toegepast zonder een partijdebat, en dat de stelplicht en bewijslast bij de partij ligt die vernietiging vordert. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof Amsterdam en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Hoge Raad verweerders in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.