ECLI:NL:HR:2010:BK8102
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek aan rechter-commissaris op grond van artikel 69 Faillissementswet
Groot Amer B.V. heeft op 11 december 2008 een verzoek ingediend bij de rechter-commissaris in de rechtbank Leeuwarden om de curatoren te bevelen een pand te ontruimen of haar toestemming te verlenen om de inventaris te verplaatsen. De curatoren verklaarden Groot Amer niet-ontvankelijk in dit verzoek. De rechter-commissaris bevestigde deze niet-ontvankelijkheid bij beschikking van 19 december 2008.
Groot Amer stelde hiertegen hoger beroep in bij de rechtbank Leeuwarden, die bij beschikking van 8 januari 2009 de beslissing van de rechter-commissaris bekrachtigde. Vervolgens stelde Groot Amer beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De curatoren verschenen niet in het cassatieproces, en de Advocaat-Generaal adviseerde tot niet-ontvankelijkverklaring van Groot Amer in het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van Groot Amer niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van Groot Amer in haar verzoek aan de rechter-commissaris op grond van artikel 69 Faillissementswet Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van Groot Amer in haar verzoek aan de rechter-commissaris.